Tips voor de hazenjacht

Hazen worden voornamelijk via eenmalige drijfjachten bejaagd. Met een goed toegepaste drijfjacht kan een voldoende aantal hazen achterwaarts of zijdelings levend wegkomen. Een must voor het handhaven van een goed stambestand. Drijfjachten vinden meestal plaats eind oktober of begin november (meeste gewassen geoogst en geen vee meer in de wei). Na half december op de hazen jagen is onverstandig, het aantal moeren kan hierdoor teveel gereduceerd kunnen worden en dat is niet bevorderlijk voor het stambestand.

Driften:
Stel de drift op in de vorm van een sikkel, waarbij de buitenste drijvers liefst enkele meters naar voren lopen. De afstand tussen de drijvers is afhankelijk van het soort veld. Bij een overzichtelijk veld, houd je een flinke onderlinge ruimte aan, zo’n 40 meter. Hierdoor wordt een deel van de hazen gepasseerd. Ook moeten er hazen zijdelings uit kunnen breken, dus liever geen geweren opstellen aan de zijkant.
De windrichting bepaalt de richting waarin wordt gedreven. Men drijft dan ook bij voorkeur voor de wind en in de richting van akkers, ploegvoren of greppels. Hazen lopen namelijk zelden tegen de wind in en meestal ook niet dwars over geploegd land. Bij vorst komen hazen in het algemeen eerder te voorschijn dan bij andere weersomstandigheden.

Tijdens het uitzetten van de posten en het drijven is rust en kalmte geboden. Het liefst houdt iedereen zijn mond en worden de bewegingen van de drijvers beperkt tot rustig en behoedzaam lopen. Het meelopen van geweren in de drift moet zoveel mogelijk worden beperkt. Alleen dieren die van de voorposten terugkeren zijn doelwit voor de meelopende geweren. Hazen die zich in hun leger drukken laat men te allen tijde met rust!

Terug naar Home.
 

Overzicht jachtlocaties in Nederland